Veertigdagentijd, vasten, samen de berg op

We zitten in de veertigendagentijd, op weg naar Pasen. Anders dan anders. Het coronavirus dwingt ons daartoe. Enerzijds is dat vervelend, anderzijds biedt het kansen. Dat lijkt wat vreemd maar bij nader toezien is het dat niet. De quarantaine die we meemaken, brengt ons bij de essentie van deze voorbereidingstijd.

Veertig, quarante. Quarantaine is ervan afgeleid, net zoals het Franse woord voor vasten carême. Dat is een afleiding van het Latijnse woord quadragesima of veertig(dagentijd).
De bijbel heeft wat met veertig. Regen viel veertig dagen en veertig nachten neer op de aarde (Gen 7,12) en na verloop van veertig dagen opende Noah het venster dat hij in de ark had aangebracht (Gen 8,6). Bij het sluiten van het verbond tussen God en mens bleef Mozes gedurende veertig dagen en nachten op de berg (Ex 24,18). Veertig jaar zwierf Israël rond in de woestijn (Num 32,13). De reusachtige kampvechter Goliat trad veertig dagen na elkaar iedere morgen en avond naar voren en stelde zich tegenover Saul en de Israëlieten uitdagend in postuur (1 Sam 17,16). Uit de mond van de profeet Jona horen de inwoners van Nineve “Veertig dagen nog en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt.” (Jon 3,4). En ook Jezus verbleef, voor zijn prediking begon, veertig dagen in de woestijn terwijl hij door de satan op de proef werd gesteld (Mc 1,13).

[…]

Lees meer in KERK & leven van 24 februari 2021

Johan Verstockt