Pasen – doortocht

Niet enkel op de paasdag zelf, maar vijftig dagen lang, tot Pinksteren, blijven wij Pasen vieren. Ons christelijk paasfeest sluit aan bij het joodse Pasen, het feest van de doortocht. Elk jaar gedenken en vieren de joden hun uittocht uit het slavenland Egypte, met daarin het indrukwekkend verhaal van de doortocht door de Rode Zee. En in heel dat gebeuren hebben ze ervaren hoe God met hen was. Dat mochten ze nooit vergeten. Een kerngedachte van de joodse spiritualiteit is: de herinnering.

Ook voor Jezus was zijn Pasen een doortocht, een overgang. Het gaat om de overgang van duisternis naar licht, van haat naar liefde, van onrecht naar menselijkheid, van dood naar leven. Dat is de voornaamste betekenis van het christelijk paasfeest: dat ook de dood, die ‘laatste vijand van de mens’ zoals Paulus hem noemt, niet het laatste woord heeft. Dat Christus de dood overwonnen heeft. Hij is er uit opgestaan. En Hij roept ons toe: ‘sta op’, ja, ook jij. Hij roept ons weg uit alle kwaad en zonde, uit alle haat en terreur, uit alle tweedracht en verdeeldheid, uit alle banaliteit en onzin.

Pasen is daarom het feest van de hoop, van bevrijding en verlossing. Want de dood gebeurt niet alleen op het einde van ons leven. Verrijzenis, opstanding, nieuw leven, dat alles betreft niet alleen het leven na de dood. De dood heerst ook midden in het leven. Overal waar het leven bedreigd of belemmerd wordt. Of waar mensen elkaar de dood aandoen. Dat soort samenleven, gebaseerd op tweedracht en haat, moeten we de rug toekeren. Daarvan worden we bevrijd. En opgeroepen tot bekering, tot de levenswijze waartoe Christus ons oproept en die Hij ons heeft voorgeleefd. Het komt erop neer dat we ‘nieuwe mensen’ worden.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 15 april 2020