Paaswens van deken Vandenholen

Deken Hans Vandenholen vroeg om zijn paaswens over te maken aan de priesters, diakens, vrijgestelden en alle vrijwillige medewerkers in de parochies van het dekenaat Zottegem.

Graag wens ik u allen van harte een zalige paastijd. Midden het verdriet en de ellende die de coronacrisis met zich meebrengt belijden wij ons geloof in God die leven geeft. Moge de verrijzenis zich voltrekken in ons persoonlijk bestaan, in het familiale leven, in onze samenleving, in onze Kerk. In al deze domeinen worden we geconfronteerd met een broosheid en kwetsbaarheid waarvan we het bestaan bijna vergeten waren. Maar juist midden onze zwakheid mogen wij de kracht van God sterker dan anders ervaren. Het is die kracht die ons doet hopen, de almacht in liefde die ons door en met en in Christus doet opstaan.

Graag bied ik u bij wijze van bezinning hierbij mijn woord bij Pasen 2021.

Het woord Pasen is een weergave van het Hebreeuwse woord Pesach. Op de avond van de veertiende dag van de Joodse lentemaand Nisan vangt de zevendaagse viering van Pesach aan. Pesach betekent “doortocht”. Met een uitgebreide rituele maaltijd gedenken de Joodse gelovigen de nacht van de uittocht uit Egypte. Dat haveloze groepje Joden verbleef al zovele jaren in slavernij. Voor de farao betekenden zij niets. Onder leiding van Mozes konden zij dat bestaan ten dode achter zich laten. Hij leerde zijn volk geloven dat God niet aan de kant staat van wie uitbuit en vernedert. Hij is een God van mensen en wil dat ieder mens in vrijheid en geluk kan leven. “Ik zal er altijd zijn voor u”, zo luidt zijn naam. En zo trekken zij weg uit dat oude, doodse bestaan. De wateren van de zee openen zich. Zo kunnen zij “doorgaan”, zonder verzwolgen te worden door de vloedgolven en op weg gaan naar het land dat hen beloofd werd.

Die doorgang, “Pesach”, van het oude leven naar het nieuwe, van duisternis naar licht, van dood naar leven groeide uit tot hét basiscredo van Israël. Ook Jezus vierde dat Pesach met zijn leerlingen, de avond voor zijn dood. Hij deed dit vanuit het besef dat deze doorgang van dood naar leven in volheid aan Hem zou geschieden. Eens en voor altijd maakt God door Jezus’ kruisdood en opstanding duidelijk dat Hij alle mensen, al wat is, de hele kosmos tot leven geroepen en bestemd heeft. Zo gedenken wij telkenjare vierend, biddend en lofprijzend en dankzeggend Het Pasen van de Heer. Zijn doortocht van dood naar leven, die ook onze doortocht mag worden, hier en nu, en ooit…

Net als bij het pesachfeest van de Joden beginnen wij de paasweek met de paaswake. Zij is de moeder van alle liturgieën. We hebben ze dit jaar omwille van de mondiale crisis gevierd in beperkte kring, maar geestelijk verbonden met velen. In deze paaswake ademt alles dat diepe geloof uit dat God onze wereld en ieder mensenkind de Pesach gunt, die doorgang van dood naar leven. De paaskaars die we hebben gewijd en in de donkere kerk hebben binnengedragen: zij toont ons dat het licht van Christus niet kan gedoofd worden en gaat ons voor. Wij maken de doorgang van duisternis naar licht. In het “exultet”, de paasjubelzang hebben wij Gods mensenliefde bezongen. En in de uitgebreide lezingenwake hebben wij bij wijze van belofte gehoord hoe God telkens weer Pasen, doortocht mogelijk maakt. Het scheppingsverhaal maakt duidelijk dat de wateren des doods moeten wijken, dat de duisternis verdreven wordt, en dat de mens, man en vrouw, beeld mag zijn van God. Wij mogen wandelen in zijn licht. De schepping is al doordrongen van het heil. En uiteraard hebben wij het grote verhaal van de Exodus weer beluisterd als een verhaal dat geschiedt aan mensen van deze tijd. Of het nu gaat over de grote ellende van de coronapandemie, over persoonlijk lijden en verdriet, over de toekomst van onze parochie… Wij dragen in ons hart dat onverwoestbare geloof mee dat God een uitkomst zal voorzien. En wij gaan in verantwoordelijkheid en met een gelovig hart met hem mee en maken de doorgang naar een nieuwe toekomst. De profeet Ezechiël spreekt ons over een andere doorgang: God herschept ons allen. Van mensen met een stenen hart worden wij mensen met een nieuw en levend hart.

In zijn brief aan de Romeinen heeft de apostel Paulus het over ons doopsel. In dat sacrament werd onze exodus bezegeld. Met Christus zijn wij éénmaal door de wateren van zonde en dood getrokken. Wij werden met Christus verenigd en bezield door zijn levenwekkende Geest. In de hernieuwing van de doopbeloften op Pasen blikken wij terug op de genadevolle dag van ons doopsel, bevestigen ons geloof opnieuw, en blikken samen hoopvol vooruit naar de toekomst.

Ja, zusters en broeders. Christus heeft eens en voor altijd de doorgang gemaakt. De steen die drukte op het graf is weggerold. Wij hoeven ons niet af te vragen: “Wie zal voor ons de steen wegrollen?”. God zal erin voorzien. Moge Pasen 2021 in onze wereld, in de Kerk, in onze parochie en in ons leven de doorgang bewerkstelligen van wanhoop naar hoop, van duisternis naar licht, van dood naar leven. Zo wens ik u allen, in de eerste plaats als medechristen en ook als deken, van harte een zalig Pesach. Christus is verrezen. Alleluia.

Een hartelijke en verbonden groet,

Hans Vandenholen