Nieuwjaarswens van deken Hans Vandenholen

Deken Hans Vandenholen, van ons dekenaat Zottegem, stuurde ons een nieuwjaarswens, met de vraag om hem op brede schaal te verspreiden. Wij brengen hier het grootste deel van zijn tekst, enigszins ingekort.

Beste zusters en broeders in de Heer, ik richt mij tot jullie met veel dankbaarheid voor alles wat jullie betekenen en doen. En natuurlijk met mijn beste wensen voor 2021. Allen samen, elk vanuit onze eigen insteek, mogen wij de Kerk mee opbouwen.

Dankbaarheid en oproep tot herbronning
Ik wil jullie allen van harte danken voor de inspanningen en alle goede zorgen die jullie ook in de voorbije, moeilijke maanden voor jullie parochie en voor ons dekenaat hebben geleverd. Elk van jullie doet het met een groot hart en veel liefde voor Christus en zijn Kerk. Dat is onze roeping en zending: elk vanuit onze eigen insteek zorg dragen voor de gelovige gemeenschap. Wat we daarbij niet mogen vergeten is: zorg dragen voor elkaar, als medewerkers. Je kan jezelf maar blijven ‘geven’ aan de anderen als je zelf ook aandacht, waardering en steun mag ondervinden. Laten we daar in deze benarde tijden veel aandacht aan schenken.

Uiterst belangrijk is ook ons ‘geestelijk leven’. Het is nodig dat wij midden alle inspanningen nooit vergeten open te staan voor de Geest. Hij geeft ons het voedsel dat ons in staat stelt ons te geven aan anderen. Gebed, meditatie bij Gods Woord, liturgie… dit alles is de bron van ons leven als Christen.

We vierden bij het begin van dit nieuwe jaar, op 6 januari, het feest van de Openbaring, beter gekend als het feest van de Driekoningen. Dit vormt de aanzet voor mijn bezinning die ik jullie hier van harte aanbied.

HET TEKEN VAN DE (DRIE?) WIJZEN
De Wijzen uit het Oosten… zij zijn voor ons bij het begin van dit nieuwe jaar 2021 een teken van God. Hun feest luidt een nieuw begin in. Een jaar van hoop, van geloof, van solidariteit en gezamenlijke inzet. Het begin van een andere manier van leven, van werken en van zijn.

We hebben zoveel te verduren gekregen in het jaar 2020. Reeds in het begin van dat jaar bereikten ons onheilspellende berichten uit het Oosten, uit China. Op enkele weken tijd veroverde het virus, toen nog naamloos, de wereld. Het was zoals de profeet Jesaja het in de lezing van het feest van de Openbaring verwoordt: “Duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren”. Zoveel ellende overkwam de mensheid, zoveel dood, zoveel verdriet en eenzaamheid, zoveel vragen, zoveel machteloosheid en stuurloosheid. Maar juist midden die duistere momenten, midden de pijn toonde en toont zich ook de mens in al zijn schoonheid.
Met zijn allen zochten we naar lichtpunten en we vonden en vinden die ook, meer en meer. Als de duisternis daar is, weten we de lichtbronnen – hoe klein of zwak ook – veel sterker naar waarde te schatten dan bij klaarlichte dag. Die lichtpunten midden in de nacht kondigen de dageraad aan, zijn de voorbode. Maar tegelijk roepen ze ons op waakzaam te zijn. Ons voorbereiden op de nieuwe dag vraagt een verandering van mentaliteit, van levenswijze en van werken.

Samen onderweg
De Wijzen zijn zoekende mensen. Zij leggen zich niet neer bij de bestaande toestand en de moeilijkheden. Ze trekken op weg, op zoek naar licht dat hun bestaan verheldert. Zij hebben de situatie grondig bestudeerd, daarvoor zijn het ook Wijzen. Het besef is bij hen gegroeid dat voortdoen zoals ze altijd al hebben geleefd en gewerkt geen optie is. De richting die zij uitgaan bepalen zij na grondig onderzoek én meditatie. Het is niet louter op basis van eigen ideeën of van wat ‘men’ denkt of zegt. Ze luisteren naar de stem van hun geweten, en oriënteren zich op die mysterieuze ster. Zij laten zich leiden door licht dat van elders komt, dat menselijke inzichten oriënteert en bron is van kracht en vertrouwen. Goddelijk licht.

Het is zoals in die verzen van de negentiende-eeuwse zalige John Henry Newman, de latere kardinaal. Zijn zoektocht beschrijft hij in 1833 in onvergetelijke verzen:

Leid, vriendelijk licht,
te midden ’t duister dat me omringt, leid gij mij voort!
De nacht is donker, en ik ben ver van huis – leid gij mij voort!
Richt Gij mijn voet;
ik vraag niet om te zien de verre einder – één stap is mij genoeg.
Ik was niet altijd zo,
noch bad ik dat Gij mij voort zoudt leiden;
Ik verkoos mijn eigen weg te banen en te zien,
maar nu leid Gij mij voort!


Ja, de Wijzen uit het Oosten roepen ons op om op weg te gaan, ons te laten leiden door die goddelijke ster die spreekt in het hart en het geweten van elke mens. Laten we ons in dit nieuwe jaar niet weerhouden door gemakzucht of door de Herodessen of de schriftgeleerden van deze tijd. Er zijn zoveel onwaarden die onze zinnen de voorbije eeuw begoocheld hebben en ons hebben verblind: de zucht naar bezit, de ongebreidelde exploitatie van de aarde, het genot, een doorgedreven individualisme en verabsolutering van de autonomie…. Die kunstmatige lichtpunten brengen ons niet verder. Integendeel. Neen, zoals de Wijzen mogen wij ons richten op het licht van Christus. Als wij de woorden van de Schrift laten spreken tot ons hart, dan breekt er licht door in onze menselijke duisternis. Als wij onze wegen oriënteren op de sacramenten, die lichtpunten van Christus op onze weg, dan gaan we de goede richting uit. Als wij onderweg, zoals de Wijzen uit het Oosten en zoals de leerlingen van Emmaüs ons verhaal delen met elkaar, en elkaar sterken en steunen, dan wordt het goed. Samen onderweg.

Verlicht en veranderd
Ook vandaag zendt God zijn ster die ons verlicht. De ster die ons individueel en allen samen leidt naar onze diepe bestemming als mens. Zij verzamelt ons rond Christus, bron van leven en hoop. En doet ons vandaar langs andere wegen verdergaan. Deze tijd van crisis is ook een tijd van uitzuivering. Al het goede, de verbondenheid, de solidariteit, de versobering, de creativiteit … al die lichtpunten die we midden deze crisis mochten ervaren en delen, laten we ze naar waarde schatten.
Geleid door dat warme licht komen we deze crisis te boven. Maar we vervallen best niet in onze oude patronen en (on)waarden. Grote uitdagingen wachten onze planeet en ons samenleven. Op het omvattende niveau: de wereldwijde armoede en het onrecht, aanhoudend oorlogsgeweld, vluchtelingenstromen, de klimaatcrisis,… alles hangt op één of andere manier samen met alles. Maar ook in ons gezinsleven, op het werk, in de parochie, in de school zijn er zoveel noden en zorgen… Als wij Christus’ licht volgen, en samen op weg gaan met mensen van goede wil, wat hun overtuiging of godsdienst ook zij, wereldwijd, dan groeit er iets nieuw. Laten we bestaande wegen een stuk verlaten en vanuit een visioen van vrede en gerechtigheid nieuwe wegen gaan. Dan zal de duisternis wijken voor heerlijk en sterk licht. Dat mochten de Wijzen uit het oosten ervaren. Hun menselijke schatten van goud, wierook en mirre ruilen zij in voor die éne schat van God, Christus. Moge het feest van zijn Openbaring onze wegen verlichten en ons liefdevol leiden, het Eeuwige Licht tegemoet.

Ik wens u allen van harte een gezegend en heilvol Nieuwjaar. Veel kracht en vertrouwen. Samen komen we de crisis te boven.

Hans Vandenholen,
deken van Zottegem