Meimaand – Mariamaand

Detail van: antependium, Straatsburg omstreeks 1410 – ‘Museum für Angewandte Kunst’, Frankfurt am Main

Toen Maria vernomen had dat zij moeder zou worden van Gods Zoon, ging zij op bezoek bij haar zwangere bloedverwante Elisabeth. Deze begroette haar met de woorden die wij zo dikwijls bidden in het Weesgegroet en die letterlijk als volgt klinken: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot”. In de visie van de evangelist Lucas betekent deze ontmoeting niets minder dan een keerpunt in de geschiedenis van God met zijn mensen. Hij ziet in de zonen van de twee zwangere vrouwen een overgang tussen twee periodes. Johannes de Doper, zoon van Elisabeth, zal de laatste profeet zijn. In hem loopt het tijdperk van het oude verbond ten einde. Jezus wordt de belichaming van het nieuwe verbond, dat niet alleen voor het joodse volk heil zal brengen, maar voor alle volkeren.

Het verhaal van de ontmoeting tussen Maria en Elisabeth is inderdaad meer dan een vertederende anekdote van twee zwangere vrouwen die hun vreugde willen delen over het leven dat groeit in hun schoot. Niet in de ‘grote geschiedenis’ van machthebbers en rijken werkt God, niet in de drukte of onder de schijnwerpers. Hij werkt in het verborgene, in de stilte, met kleine en schijnbaar onbelangrijke mensen. Dit vormt de hele paradox van het christendom: dat de grote God zich inschakelt in zeer gewone gebeurtenissen en voor zijn buitengewone plannen gebruik maakt van doodgewone mensen.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 2 mei 2019

Naar ‘Zalig zij die geloofd heeft’, in E. Henau, De tijd lezen. Overwegingen.