God komt naar ons toe

Het is een oud gebruik om tijdens de advent een krans met vier kaarsen te plaatsen of op te hangen. Het licht dat we op die manier ontsteken is niet enkel een verfraaiing in een sombere tijd, bijzonder in de harde tijd die we nu meemaken. We mogen dat licht veeleer zien als het teken van een troostend vertrouwen, dat het Licht van de wereld zal oplichten in de kerstnacht. En dat het eigenlijk altijd al onder ons schijnt. In Jezus heeft God als mens onze aarde betreden. Sindsdien zijn hemel en aarde, God en mens, niet meer te scheiden. God woont onder ons als ‘Emmanuël’, als belichaamde liefde, als vleesgeworden goedheid en menslievendheid.

De adventstijd roept ons echter ook op tot vernieuwing. Het binnenkomen van God in de menselijke geschiedenis is niet een eenmalig gebeuren destijds in Bethlehem. Het betreft evenzeer de geboorte van God in ieder van ons. Het gaat om een eeuwige geboorte, om het steeds terugkerende neerdalen van het goddelijke in onze menselijkheid. Het kind dat destijds tevreden was met een voederbak en een stal in een grot, doet steeds weer een beroep op ons hele hart. Het wil geboren worden in ieder van ons. En hierop willen wij ons voorbereiden.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 2 december 2020