De kerk als hospitaal

In zijn recent boek “De kerk is fantastisch” verwijst Rik Torfs naar een interview waarin paus Franciscus de kerk vergeleek met een veldhospitaal. Ze moet in staat zijn wonden te helen en de harten van de gelovigen te verwarmen. En daarvoor moet zij trachten zo dicht mogelijk bij haar mensen aanwezig te zijn.

Dichtbij zijn

Toen ik mijn legerdienst verrichtte was ik aalmoezenier van onder meer een medische compagnie. Eens moesten wij in een groot manoeuvre de werking oefenen van een veldhospitaal in tenten. Er werd nagegaan hoe lang het duurde om het op te stellen en operationeel te maken en na een dag ‘oorlog’ moest het snel weer opgebroken worden om een eind verder weer opgesteld te worden. Een dergelijk veldhospitaal moet immers zo dicht mogelijk bij de voorste gevechtslinies staan, opdat de gekwetste soldaten er vlug konden in opgenomen worden. Tijdens ons manoeuvre werd voor het eerst een nieuw model getest: door vier grote containers in kruisvorm aan elkaar te koppelen kon men een – weliswaar kleinere – medische post uitbouwen die veel vlugger verplaatsbaar was. Zo kon het gemakkelijker de krijgsverrichtingen volgen en dichter bij de gekwetste soldaten zijn.

Het dringendste eerst doen

Ik moest daaraan denken toen ik de vergelijking van paus Franciscus las. De kerk – zowel afzonderlijke gelovigen als haar organisatie – moet dicht genoeg bij de mensen zijn. Daartoe moet zij beweeglijk genoeg zijn en goed uitkijken waar mensen in nood zijn, met open blik op zoek gaan naar die mensen en aandachtig genoeg zijn om nieuwe noden te ontdekken. En zich dan richten op wat de echte, vaak dringende noden zijn. De paus merkte op dat het na een veldslag geen zin heeft om aan een zwaargewonde te vragen hoe hoog zijn cholesterolpeil is en hoeveel suiker er in zijn bloed zit. Eerst de wonden helen, zoals de barmhartige Samaritaan deed met de beroofde man langs de weg. En daarna zijn er misschien nog andere dingen te doen.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 21 oktober 2020

Pastoor Frans