Zorgen voor mensen in rouw

rouwzorgZiekenzorg en daarna

De werking van rouwzorg zit in ons dekenaat nog in een vrij pril stadium, terwijl door ziekenzorg al een lange weg werd afgelegd. Bij navraag in de parochies bleek dan ook dat ziekenzorg vrijwel overal actief is. De kernleden houden zich vooral bezig met het hoofddoel: zieken bezoeken. Maar er worden ook activiteiten voor de leden gepland en in sommige parochies wordt een tweejaarlijkse ziekenzalving georganiseerd in samenwerking met de parochieploeg. Ook blijkt dat de kernleden van ziekenzorg achteraf vrijwel spontaan ook een deel van de rouwzorg op zich nemen. Meestal hadden zij een vrij sterke band opgebouwd met de zieke, waardoor zij achteraf ook een grote steun kunnen betekenen voor de nabestaanden. Een echt vangnet om rouwenden op te vangen is er nu echter niet. Het zou zinvol zijn om dit via rouwzorg systematisch te organiseren. Het is zeker niet de bedoeling dat ziekenzorg zou evolueren tot rouwzorg. Bedoeling is een eigen groep op de been te brengen die daarvoor instaat, hoewel het voor nabestaanden soms gemakkelijker is om contact te houden met mensen die hun dierbaar familielid gekend hebben. Misschien bestaat eveneens de mogelijkheid dat kernleden van ziekenzorg zich ook deels engageren in de rouwzorg?

Nazorg na een overlijden

We willen graag de rouwzorg duidelijker aanwezig maken in de parochiale werking. Enkele zaken passen we reeds toe in ons dekenaat. In een jaarlijkse mis rond Allerheiligen worden de overledenen van onze parochies herdacht. Tevens krijgen zij gedurende het jaar een tastbare plaats in onze gemeenschap. Dit gebeurt via de kruisjes, die ter nagedachtenis worden opgehangen in de kerk . In parochies waar het niet de gewoonte is om een namis te vragen, zou maandelijks of tweemaandelijks wel een gedachtenisviering kunnen opgedragen worden. De nabestaanden worden daartoe dan vriendelijk uitgenodigd, zij voelen zich dan gesteund door de gemeenschap in deze moeilijke periode. Na de begrafenis kan er door de groep rouwzorg bezoek aan huis afgelegd worden. Nabestaanden hebben soms wel nood aan een babbel, nood aan een luisterend oor. Rouwzorg vormt daartoe de mogelijkheid. Mensen bezoeken , ze de kans geven om hun verhaal te doen. Gelijkgestemden samenbrengen, uitnodigen tot een gespreksavond in verband met rouwzorg…

Niet uit het hart

Een ander initiatief kan een gemeenschappelijke maaltijd zijn of het oprichten van lotgenotengroepen, een gesloten groep, die geborgenheid en veiligheid biedt, waar nabestaanden onder begeleiding hun ervaringen kunnen uitwisselen. Verschillende gespreksonderwerpen zijn daarin mogelijk: gevoelens van boosheid, opstandigheid en/of schuld, het opruimen van de kleren, reacties van de omgeving, moeilijke feestdagen, verjaardagen, vragen in verband met zingeving, enzovoort. Door het delen van die ervaringen en de steun die lotgenoten voor elkaar kunnen betekenen, worden telkens kleine stapjes gezet in het verwerken van het verlies. Hoofddoel hiervan is het verdriet draaglijker maken. De medewerkers van rouwzorg kunnen een soort van rouwkalender bijhouden. Op gepaste momenten kan dan een kaartje gestuurd worden, zodat de nabestaanden weten dat ze er niet alleen voor staan. De ganse kerkgemeenschap staat immers achter hen. Aan groepen, organisaties, (jeugd)bewegingen kan de vraag gesteld worden om rekening te houden met overleden leden. Zodat ook deze groep mensen op een gepaste manier afscheid kan nemen van iemand die hen dierbaar was.

Medewerkers in de rouwzorg gevraagd

Het is dus eerst en vooral de bedoeling dat nabestaanden weten dat er een rouwzorgwerking in het dekenaat aanwezig is, de priester kan hen daarvan op de hoogte brengen, aangezien hij meestal het eerste contact legt met de nabestaanden. Achteraf kan dan de rouwzorg opgestart worden. Duidelijk is dat de kern uitgebreid dient te worden en dat we nog mensen zoeken om op rouwbezoek te gaan. Pas wanneer voldoende rouwzorgers in het veld kunnen staan, kan een goed vangnet geboden worden.
Wie graag meewerkt om de rouwzorg in een parochie of in ons dekenaat gestalte te geven, nodigen we uit contact te nemen met hun parochiepriester.

Dominieke Van Den Bossche