Rouw en verdriet zijn werkwoorden

Heel veel mensen hebben in hun familie en vriendenkring of vanuit hun vereniging (Ziekenzorg, Okra) contact met rouwende mensen. Op de dekenale conferentie van 16 oktober wisselden we daarover ervaringen uit. We gingen putten in het verslag dat Jan De Lil schreef en geven hier een deel door van de rijkdom aan inzichten die ter sprake kwamen.

Ieder mens verwerkt verlies en verdriet op een eigen manier, met het eigen karakter. De ene praat graag; de ander zwijgt liever. Ieder moet de tijd krijgen die hij/zij zelf nodig heeft om het verdriet te uiten. Sommigen willen liefst voor een tijd gerust gelaten worden; anderen hebben graag dat je zelf niet te veel zegt, maar naar hun verhaal luistert, ook al hoorde je het vroeger ook al. Geduld en voorzichtigheid zijn nodig. Als je iemand wil troosten moet je die daarom goed kennen. Het is je inleven in de andere, je in haar/zijn plaats proberen te stellen. Troosten kan inhouden dat je de herinnering helpt levendig houden aan de mooie dingen die iemand met een overledene heeft meegemaakt. Het is ook begrijpen dat iemand in rouw bekommerd is om allerlei praktische, op het eerste zicht oppervlakkige dingen, zoals het onderhoud van de tuin, vervoer naar een warenhuis… Hierbij praktische hulp krijgen kan een positieve ervaring zijn.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 12 november 2014