Openbaring van de Heer – Driekoningen


Hoe vertrouwd, en tegelijk hoe vreemd toch is het evangelieverhaal over de wijzen uit het Oosten? Bij de kerststalletjes op onze pleinen, in onze woonkamers en kerken duiken onvermijdelijk de koningen op. In de volksverhalen zijn het er drie en hebben ze zelfs namen gekregen: Balthasar, Melchior en Gaspar. Ze brengen goud mee en wierook, en dan nog iets waarvan wij ons niet zo gemakkelijk voorstellen wat het is: mirre. In het evangelie wordt over deze drie figuren gezegd dat zij ‘Wijzen uit het Oosten’ waren. Zij volgden een ster, die volgens hen moest leiden naar de pasgeboren koning van de Joden, aan wie ze hulde wilden brengen.

Er zijn al liters inkt gevloeid om te schrijven over verschillende aspecten van dit verhaal. Was die ster misschien een komeet? En zo ja, kunnen we daar dan een jaartal op plakken, om te bevestigen wanneer Jezus geboren is? Wat voor wijzen waren dit: sterrenwichelaars of echte geleerden? Maar al die vragen gaan voorbij aan wat de evangelist Matteüs eigenlijk bedoelt met dit verhaal. Hij schrijft geen geschiedenis, maar een geloofsverhaal. Hij wil verduidelijken wie dit kind in de stal werkelijk is. Het kind brengt in de eerste plaats ‘licht’. Bij de profeet Jesaja lezen we op het feest van de Openbaring: “Duisternis bedekt de aarde, maar de Heer gaat als een licht over u op. En volken en koningen komen daarheen”.

 

[…]

Lees meer in KERK & leven van 3 januari 2018