Homilie van Pasen 2016

Homilie door deken Frans tijdens de viering van Pasen 2016, Geraardsbergen.

Dierbaren, allen zijn wij geraakt door de verschrikkelijke aanslagen van dinsdag. Wij zijn erdoor geraakt als persoon, als samenleving, zelfs als wereldgemeenschap. Dramatische beelden en getuigenissen hebben zich vastgezet in ons geheugen en onze gedachten. Onschuldig gedode mensen en zwaar gewonde slachtoffers, velen voor het leven getekend. Mensen die daar werkten, of onderweg waren naar hun werk, anderen die droomden van een mooie reis, onschuldige mensen, allemaal juist daar op dat noodlottig moment. En haast vertwijfeld stellen wij de vraag: waar moet het naartoe met ons, met ons land, met onze wereld?

Het doet mij denken aan de dood van Jezus, ook helemaal onschuldig. Op Goede Vrijdag hebben wij de dood herdacht van Hem die we mogen noemen ‘dé onschuldige bij uitstek, de goede mens zoals er nooit een ander is geweest’. In onze klassieke geloofsbelijdenis zeggen wij over Jezus dat Hij neergedaald is ter helle. Een vreemde uitspraak allicht voor velen. Het zou beter vertaald worden als ‘neergedaald in de onderwereld’. En dan nog blijft het moeilijk. – Eigenlijk wordt daarmee beleden dat Jezus niet schijndood is geweest, maar echt is gestorven. Maar je zou het ook als volgt kunnen verstaan: Jezus is neergedaald in de diepste diepte van het bestaan. Hij heeft zich niet vastgeklampt aan zijn goddelijke grootheid, maar heeft zich nederig gebogen, verbonden met de mensen, en dienstbaar aan hen. Hij heeft het leven van de mensen gedeeld, met grote aandacht en bekommernis voor hun lasten. En uiteindelijk heeft Hij ook de dood gedeeld.

Maar onze geloofsbelijdenis gaat verder. Ze belijdt dat Jezus de derde dag verrezen is uit de doden. In de joodse denkwijze is het op de derde dag dat iemands dood onherroepelijk vaststaat, dat iemand met zekerheid gestorven is, dat er geen hoop meer is. Het is de dag van de vertwijfeling. En juist op die derde dag verrijst Jezus, Pasen is de derde dag. Als alle hoop weggevallen is, staat Jezus op, niet enkel uit de dood, maar uit alle negativiteit, uit al wat mensen tegenstaat en kan neerslaan. Verrijzenis is opstanding. Is toekomst en hoop, ondanks alles. Mocht God ons daartoe sterken. Want het zal moeilijk zijn nieuw vertrouwen te vinden.

Wij mogen moed vinden in het paasevangelie dat spreekt van zoeken en vinden, van stilaan groeien in geloof en inzicht. Het mag ons ondersteunen in ons eigen zoeken, in ons eigen soms moeizaam op weg gaan naar licht, naar vertrouwen in God die ons leven draagt. Wij zullen daar tijd voor nodig hebben. Pasen opent onze ogen voor het positieve. Zoals al het positieve heeft ook geloof tijd nodig om te groeien. Dat is bij ons net zoals bij Petrus en de andere leerlingen.

Maar nog meer dan tijd hebben we elkaar nodig, een levende gemeenschap van mensen die allemaal mee de weg gaan van geloof en vertrouwen. Geloof heeft nood aan uitwisseling en gesprek. Aan een gemeenschap waarin we mogen voelen en ervaren hoe goed het kan zijn om je met heel je wezen toe te vertrouwen aan de verrezen Heer Jezus Christus. Levengevend en troostvol voor al wie nu soms verdriet lijdt, of ziekte, of onrecht – en wie van ons lijdt dat nooit eens? Een gelovige gemeenschap kan leven geven omdat de verrezen Heer ons in die gemeenschap tegemoet treedt in zoveel tekens van liefde en nabijheid: in het gebroken brood, in gaven die we delen, in het woord van de Schrift of in dat van een medemens, in de uitgestoken hand van iemand die met ons meegaat, in een solidariteit die grenzen doorbreekt.

In de afgelopen week is in de media verschillende keren verwezen naar uitvoeringen van de Mattheuspassie van Bach, waarin de prachtige, gevoelvolle aria voorkomt ‘Erbarme dich, mein Gott’, ‘God, ontferm u.’ Inderdaad, we mogen met aandrang vragen dat God zich ontfermt, nu niet direct zich ontfermend over onze fouten en tekorten, maar over ons en onze wereld die kreunt en schreit om verlossing, om opstanding uit al dat negatieve. In deze dramatische dagen voor ons land en voor onze wereld bidden wij voor alle slachtoffers van aanslagen, terreur en oorlogsgeweld, en voor allen die rouwen om het verlies van een dierbare. Wij bidden om moed en steun voor allen die gekwetsten verzorgen en begeleiden. En dat er vrede en verdraagzaamheid mogen komen en eerbied voor ieder mensenleven.

Straks zullen wij naar jaarlijkse gewoonte de beloften van ons doopsel hernieuwen. Een van die beloften is dat we als christen ons willen verzetten tegen de macht van het kwaad. In het licht van de voorbije week krijgt deze belofte een bijzondere betekenis.
Daarom is het goed dat we hier samen zijn en Pasen vieren. We vieren dat het licht ontstoken is, en dat het de moeite waard blijft om ons in alle omstandigheden van het leven toe te vertrouwen aan Hem die leeft, onze Heer en mensenbroeder, aan Gods liefde die sterk is, sterker en groter dan alle menselijke onmacht of brutaliteit. Van dat geloof mogen wij nu al leven. Laten we het licht van dat geloof ook bescheiden maar overtuigd uitdragen en doorgeven aan anderen. Zalig Paasfeest voor u allen.