Gods Rijk kome, op aarde zoals in de hemel

In de voorbije weken bracht paus Franciscus tijdens zijn wekelijkse audiënties meditaties over het Onzevader. Wij brengen hier de bewerking van enkele fragmenten daaruit als inspiratie in de veertigdaagse vastentijd.

Wanneer we het Onzevader bidden, richten we tot God de bede: Uw rijk kome. De gelovige spreekt het verlangen uit dat Gods komst van zijn Rijk zou bespoedigd worden. Dit verlangen is opgeweld uit het hart van Christus zelf. Hij begon zijn verkondiging in Galilea met de uitspraak: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’ (Mc 1,15). Deze woorden zijn geen bedreiging. Integendeel. Ze zijn een blijde verkondiging, een boodschap van vreugde. Jezus wil de mensen niet tot bekering brengen door angst te zaaien voor het oordeel van God. Hij doet het tegendeel. Hij brengt de Goede Boodschap van redding en van daaruit roept Hij op tot bekering. Iedereen wordt uitgenodigd in het Evangelie te geloven. Dat is het Evangelie: de heerschappij van God is zijn kinderen nabij gekomen. Dat is de wonderbaarlijke zaak, de genade die Jezus verkondigt: God, de Vader, houdt van ons, is ons nabij en leert ons het pad van de heiligheid bewandelen.

Tekenen van de komst van het Rijk Gods

Er zijn vele tekenen, van de komst van dit Rijk – allemaal positieve. Van bij de aanvang van zijn dienstwerk draagt Jezus zorg voor de zieken zowel naar lichaam als naar geest, voor hen die slachtoffer zijn van maatschappelijke uitsluiting – bijvoorbeeld de melaatsen – voor de zondaars die algemeen veracht worden, ook door hen die grotere zondaars zijn dan zij, maar die doen alsof ze rechtvaardig zijn. Jezus wijst deze tekenen aan die erop wijzen dat het Rijk van God nabij is: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd (Mt 11,5).

[…]

Lees meer in KERK & leven van 20 maart 2019