Driekoningen

De Nederlandse priester, liedschrijver en kunstenaar heeft in zijn gedicht ‘Het vredeskind’ op een originele manier de tocht van de drie koningen (eigenlijk wijzen uit het Oosten) verteld. Op het einde schreef hij een oproep om in hun spoor te gaan. Joep Stappers heeft dit gedicht op muziek gezet, als in een ballade.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 4 januari 2017

Driekoningenstoet

De bekendste vorm van Driekoningenstoet is die van kinderen (soms ook volwassenen) die in groepjes van drie van huis tot huis trekken om een lied te zingen… en een fooi te vragen. Soms gaat de opbrengst van hun zangtocht naar de missies of een ander goed doel. Dichter bij de religieuze betekenis van het driekoningenfeest staan de groepen die van huis tot huis gaan om er een afgekorte zegenbede te schrijven, waarbij ze een traditioneel kerstlied zingen. Deze huiszegen bestaat erin dat men op of aan de deur van de woning in krijt de letters C+M+B schrijft, voorafgegaan door de eerste twee cijfers van het jaartal en gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaartal. De kruisjes slaan op het kruisteken. – In Duitstalige gebieden staat vóór de C en sterretje, dat verwijst naar de ster van Bethlehem; na de B komt ook een kruisje. De drie kruisjes verwijzen dan naar God: Vader, Zoon en Heilige Geest. – De letters zijn een afkorting van de Latijnse zegenwens ‘Christus Mansionem Benedicat’, ‘Christus zegene deze woning’. Dit opschrift blijft staan tot Pinksteren of vaak nog langer, zelfs tot het volgende jaar.

De letters verwijzen ook naar de initialen van Caspar, Melchior en Balthasar, de namen die in de traditie gegeven zijn aan drie wijzen uit het Oosten. Ze zouden respectievelijk 20, 40 en 60 jaar oud zijn geweest; getallen die de levenstijdperken van de volwassene symboliseren.

Dat Onze Heer in het nieuw begonnen jaar zijn zegen laat neerkomen over ons en onze woningen.

pastoor Frans