De oorsprong van Christus Koning als christelijk/kerkelijk feest

Het feest van Christus Koning van het Heelal is een hoogfeest binnen de Rooms-katholieke Kerk dat eind november gevierd wordt, op de 34e en laatste zondag van het liturgisch jaar.

Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Concilie van Nicaea. Pius XI wijdde de encycliek Quas Primas aan dit feest dat telkens het kerkelijk jaar afsluit.

De term Christus Koning verwijst naar één van de drie Messiaanse functies van Jezus: Koning, Priester en Profeet. In het evangelie van Johannes zegt Jezus letterlijk tegen Pontius Pilatus: “(…) ik ben koning. Met geen andere bestemming ben ik geboren en in de wereld gekomen dan om te getuigen van de waarheid.” (Joh. 18, 37).

De oorsprong van Christus Koning als Chirofeest

Vroeger was het feest van Christus Koning, het feest van de Koning der Koningen, één van de hoogdagen voor de Chiro. In de parochie was er een viering en jeugdhulde, en ’s avonds was er feest voor de ouders.

In de beginjaren was het opvoedingsideaal van de Chiro nog doordrongen van de romantiek rond Christus Koning. Chiroleden waren ridders of dienaressen van Christus. Het thema Christus Koning verdwijnt stilaan vanaf de jaren 1960, maar veel groepen houden tradities in ere en vieren nog Christus Koning, weliswaar met een hedendaagse invulling.

Het verhaal van Jezus die ervan beschuldigd wordt koning te zijn, blijft toepasselijk. Jezus’ droom is er inderdaad één van een koninkrijk:  een koninkrijk waar alle kinderen en jongeren ten volle mogen leven en spelen.

[…]

Lees meer in KERK & leven van 19 november 2014